Wet excessief lenen: leen je meer dan € 500.000 van je eigen BV?
Sta je op 31 december boven de grens, dan rekent de fiscus af in box 2. We leggen uit hoe de drempel werkt, wat het kost, waarom je eigen woning meestal buiten schot blijft, en welk overgangsrecht je een gang naar de notaris bespaart.
Kort: als DGA mag je samen met je fiscale partner € 500.000 lenen van je eigen BV. Alles daarboven wordt op 31 december belast als fictief regulier voordeel in box 2: 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven (2026). Je eigenwoningschuld telt niet mee, mits je de BV een hypotheekrecht geeft, maar voor een schuld die op 31 december 2022 al bestond hoeft dat niet. Je kinderen zijn niet uitgezonderd: zij hebben een eigen drempel van € 500.000. En let op: die € 500.000 wordt niet geïndexeerd. Cijfers gelden voor 2026; je eigen situatie hangt af van je aangifte en je BV.
Wat de wet precies doet
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap loopt sinds 1 januari 2023. Het doel: voorkomen dat je onbeperkt geld uit je BV haalt via een lening in plaats van via dividend, waarover je wél box 2-heffing betaalt.
De regel zelf is kort. Leen je aan het einde van het kalenderjaar meer dan € 500.000 van je eigen BV, dan wordt het meerdere belast alsof je het als dividend had uitgekeerd. Dat heet een fictief regulier voordeel (artikel 4.14a Wet inkomstenbelasting 2001).
Drie dingen die vaak misgaan:
De drempel is gezamenlijk. Artikel 4.14a lid 3 zegt het letterlijk: het maximumbedrag geldt voor jou en je partner sámen. Hij verdubbelt dus niet. Dat is verwarrend, want in box 2 werkt het precies andersom. Daarover verderop meer.
Het bedrag was € 700.000. Per 1 januari 2024 is het verlaagd naar € 500.000. Elk stuk dat nog € 700.000 noemt, zit er twee ton naast.
Het wordt niet geïndexeerd. De inflatiecorrectie in artikel 10.1 somt limitatief op welke bedragen jaarlijks meestijgen. Artikel 4.14a staat daar niet bij. De € 500.000 blijft dus vlak, terwijl je schuld en je box 2-schijf wél meebewegen. Je groeit er als het ware vanzelf naartoe.
Wat kost het als je erboven zit?
Het meerdere valt in box 2. Dat kent sinds 2024 twee schijven. Voor 2026 (artikel 2.12 Wet IB 2001):
24,5% tot en met € 68.843, en 31% over alles daarboven.
Het tarief van 26,9% dat je nog veel tegenkomt, bestaat niet meer. Dat was 2023. Ook 33% is achterhaald: dat was het toptarief van 2024, sinds 2025 is het 31%.
Rekenvoorbeeld
Stel, je rekening-courant bij je BV staat op 31 december op € 600.000. Daarvan is niets eigenwoningschuld. Je zit € 100.000 boven de drempel.
Die € 100.000 wordt belast als fictief regulier voordeel. De eerste € 68.843 tegen 24,5% is € 16.866. De resterende € 31.157 tegen 31% is € 9.659. Samen ruim € 26.500 belasting, over geld dat je niet hebt ontvangen, maar geleend.
Wordt het later nog eens belast? Nee. Bedragen die eerder als fictief voordeel zijn belast, verhogen je drempel voor de jaren erna. Zo betaal je niet twee keer over dezelfde euro.
Hier zit de verwarring die we het vaakst zien. De schijfgrens in box 2 geldt per persoon: artikel 2.12 kent geen partnerbepaling. Door het inkomen tussen jou en je partner te verdelen (dat mag, als het totaal maar 100% is) benutten jullie allebei je eigen schijf van 24,5%. De € 500.000 van de leendrempel is juist wél gezamenlijk. Twee tegengestelde regels in dezelfde aangifte.
Je eigen woning telt niet mee
De belangrijkste uitzondering: een eigenwoningschuld blijft buiten de drempel. Voorwaarde is dat je de BV een recht van hypotheek op je woning verstrekt, notarieel vastgelegd (artikel 4.14a lid 6).
Let op het woord voor zover in de wet. Het werkt pro rata, niet alles-of-niets. Heb je een lening van € 400.000 waarvan € 300.000 als eigenwoningschuld kwalificeert en zekergesteld is, dan blijft € 300.000 buiten beschouwing en telt € 100.000 gewoon mee.
Het overgangsrecht dat bijna niemand noemt
Dit staat in vrijwel geen enkel artikel, en het scheelt je mogelijk een notaris. Artikel 10a.23 bepaalt dat een eigenwoningschuld die op 31 december 2022 al bestond ook buiten de drempel blijft zonder hypotheekrecht.
De wettelijke toets is dus “bestond die schuld op 31-12-2022”, niet “is hij daarna afgesloten”. Leende je vóór 2023 al bij je eigen BV voor je woning, dan hoef je waarschijnlijk niets te regelen. Sluit je daarna af, dan wel.
Leningen aan je kinderen: niet uitgezonderd
Een hardnekkig misverstand. Leent je BV geld aan je kind, dan is dat niet zomaar vrijgesteld. Wat de wet doet is subtieler: je kind krijgt een eigen drempel van € 500.000, en alleen het meerdere wordt bij jou belast (artikel 4.14b).
De voorwaarden: je kind heeft zelf geen aanmerkelijk belang in die BV, en de € 500.000 geldt voor je kind en diens partner samen. De eigenwoning-uitzondering werkt gewoon door.
Het gaat om bloed- en aanverwanten in de rechte lijn: kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, ook die van je partner. Je broer of zus valt erbuiten. Leent die van je BV, dan telt het niet mee in deze regeling.
Zijn er meerdere DGA’s? Dan wordt het meerdere in gelijke delen toegerekend.
Je hypotheek oversluiten naar je eigen BV
Zit je met een rekening-courant tegen de grens en heb je nog een hypotheek bij de bank, dan is er een route die vaak over het hoofd wordt gezien: die hypotheek oversluiten naar je eigen BV.
Je BV wordt dan je geldverstrekker. Je betaalt rente aan je eigen vennootschap in plaats van aan de bank, en zolang het een kwalificerende eigenwoningschuld is met een hypotheekrecht, blijft die lening buiten de drempel. De rente blijft onder voorwaarden aftrekbaar in box 1.
Of het loont, hangt af van je hele plaatje: de rente die je nu betaalt, de boeterente bij je bank, wat je BV met dat geld anders zou doen, en of je zakelijk handelt. De Belastingdienst kijkt mee of de voorwaarden marktconform zijn. Dit is geen doe-het-zelfklus.
De fouten die wij het vaakst zien
Wachten tot december
De peildatum is het einde van het kalenderjaar. Dat lijkt ruimte te geven, maar aflossen, dividend uitkeren of een hypotheekrecht vestigen kost tijd. En een notaris heeft het in de laatste week van december druk. Kijk in het najaar waar je staat, niet op 28 december.
Rekenen met een tarief uit 2023
26,9% zie je nog overal. Op € 100.000 boven de grens scheelt dat maar zo’n € 375 (te hóóg, dus je schrikt onnodig). Kwalijker is wat het verbergt: dat er twee schijven zijn. Wie met één vlak tarief rekent, ziet niet dat het 31%-tarief pas boven € 68.843 begint. En dus ook niet dat verdelen met je partner geld oplevert.
Denken dat de drempel meegroeit
Bijna alles in de inkomstenbelasting wordt jaarlijks geïndexeerd. Dit niet. Wie ervan uitgaat dat de grens vanzelf meestijgt met zijn schuld, schuift langzaam over de rand.
Hoe wij helpen
Wij zijn een onafhankelijk hypotheek- en verzekeringskantoor in Naarden en werken door heel Nederland. Voor DGA’s kijken we naar de combinatie: je rekening-courant, je eigen woning en wat er fiscaal het handigst is vóór de peildatum. We werken samen met je accountant: wij doen de financiering, hij de aangifte. Het eerste gesprek is gratis en vrijblijvend.
Veelgestelde vragen
Wat is de drempel voor excessief lenen in 2026?
€ 500.000 voor jou en je fiscale partner samen (artikel 4.14a lid 2 en 3 Wet IB 2001). Het bedrag is per 1 januari 2024 verlaagd van € 700.000 en wordt niet geïndexeerd.
Welk tarief betaal ik over het meerdere?
Het meerdere valt in box 2. In 2026 is dat 24,5% tot en met € 68.843 en 31% daarboven (artikel 2.12 Wet IB 2001). Het vlakke tarief van 26,9% is van 2023 en geldt niet meer.
Telt mijn hypotheek voor de eigen woning mee?
Nee, voor zover het een eigenwoningschuld is waarvoor je de BV een recht van hypotheek hebt verstrekt. Uitzondering: bestond die schuld op 31 december 2022 al, dan is een hypotheekrecht niet nodig (artikel 10a.23).
Moet ik alsnog naar de notaris voor een oude BV-lening?
Waarschijnlijk niet. Voor een eigenwoningschuld die op 31 december 2022 al bestond geldt overgangsrecht: die blijft ook zonder hypotheekrecht buiten de drempel. Sluit je daarna een nieuwe lening af, dan is het hypotheekrecht wél vereist.
Tellen leningen aan mijn kinderen mee?
Je kind krijgt een eigen drempel van € 500.000 (samen met diens partner). Alleen wat daarboven uitkomt, wordt bij jou belast. Voorwaarde is dat je kind zelf geen aanmerkelijk belang in de BV heeft. Het gaat om de rechte lijn, je broer of zus valt erbuiten.
Wanneer wordt getoetst?
Aan het einde van het kalenderjaar, op basis van de nominale waarde van je schulden (artikel 4.14a lid 4). In de praktijk dus 31 december. Maatregelen nemen kan tot die datum, maar begin op tijd.
Word ik twee keer belast als ik meerdere jaren boven de grens zit?
Nee. Bedragen die eerder als fictief voordeel zijn belast, verhogen je maximumbedrag voor de jaren daarna.
Kan ik mijn bankhypotheek oversluiten naar mijn eigen BV?
Ja, dat kan. De lening valt dan buiten de drempel, mits het een kwalificerende eigenwoningschuld is en er hypothecaire zekerheid wordt gevestigd. Of het verstandig is hangt af van de rente, een eventuele boeterente en wat je BV met dat geld anders zou doen. Reken het door voordat je iets tekent.