
Erfenis ontvangen: aflossen op je hypotheek of toch beleggen voor groei?
Kort antwoord: aflossen op je hypotheek levert een gegarandeerd, belastingvrij rendement op ter hoogte van je netto hypotheekrente en haalt het geld uit box 3. Beleggen kan meer opleveren, maar alleen als je nettorendement structureel boven je hypotheekrente uitkomt, en dan draag je nog het risico én mogelijk box 3-belasting. Vuistregel: bij een hypotheekrente rond de 4% en volledig belast box 3-vermogen moet je belegging bruto ongeveer 4,7% per jaar renderen om aflossen te verslaan. Twijfel je? Splits het bedrag: een deel aflossen voor rust, een deel beleggen voor groei.
Stel: je oma laat je €60.000 na. Een mooi moment, maar ook emotioneel zwaar. Ergens tussen het verdriet en de administratie duikt die ene vraag op: wat doe je ermee? Je hebt nog €100.000 hypotheekschuld tegen 4% rente. Aflossen voelt veilig. Beleggen klinkt aantrekkelijker. We rekenen de twee opties hieronder voor je door, met het effect van box 3 en de belastingaftrek erbij, en geven je een beslisboom om zelf de knoop door te hakken.
Eerst het goede nieuws: over de meeste erfenissen betaal je minder belasting dan je denkt, en de erfbelasting staat los van deze keuze. Zodra het geld op je rekening staat, is de vraag puur financieel-strategisch.
Aflossen: zeker, maar het geld zit vast
Los je €60.000 af op een hypotheek van 4%, dan bespaar je bruto €2.400 rente per jaar. Maar zo simpel is het niet, want die rente was voor een deel aftrekbaar. Bij een aftrektarief van circa 37% (het maximum in 2026 voor de meeste huiseigenaren) hou je netto ongeveer 2,5% over: je echte, gegarandeerde besparing is dus zo’n €1.500 per jaar, niet €2.400.
Dat klinkt bescheiden, maar het is een zeker rendement zonder enig risico. En er zit een fiscaal cadeautje in: afgelost geld verdwijnt uit box 3. Het zit voortaan in je woning, en die valt in box 1. Over dat bedrag betaal je dus geen vermogensbelasting meer. Het nadeel is even concreet: je geld zit vast in stenen. Wil je het later toch nodig hebben, dan moet je oversluiten of je hypotheek verhogen, en dat kost tijd en geld.
Beleggen: meer kans, meer risico, plus box 3
Beleg je de €60.000, dan is het potentieel groter. Wereldwijde aandelen leverden historisch gemiddeld 6 tot 8% per jaar op. Maar rendement uit het verleden is geen garantie: in 2022 daalden aandelenmarkten met 10 tot 20%, en zulke jaren moet je financieel en mentaal kunnen uitzitten.
Twee zaken knabbelen bovendien aan je beleggingsrendement. Ten eerste betaal je nog steeds je hypotheekrente door, je verruilt een zekere besparing voor een onzekere opbrengst. Ten tweede telt belegd vermogen mee in box 3. In 2026 is per persoon €59.357 vrijgesteld (€118.714 voor fiscale partners). Kom je daarboven, dan rekent de Belastingdienst voor beleggingen met een fictief rendement van 6,00%, belast tegen 36%. Dat is effectief 2,16% belasting over de waarde van je beleggingen, elk jaar opnieuw. Heb je nog geen ander vermogen boven de vrijstelling, dan valt die heffing (deels) weg, dus je eigen situatie bepaalt hoe zwaar box 3 tikt.
Aflossen versus beleggen over 10 jaar
Hieronder zetten we €60.000 tien jaar lang weg, in beide routes. We rekenen met een hypotheekrente van 4% (netto circa 2,5% na aftrek) en gaan ervan uit dat je box 3-vermogen boven de vrijstelling zit, zodat de heffing van 2,16% per jaar volledig meetelt. De bedragen zijn een illustratie om de verhoudingen te laten zien, geen voorspelling.
| €60.000 · 10 jaar | Aflossen | Beleggen voorzichtig | Beleggen gemiddeld | Beleggen offensief |
|---|---|---|---|---|
| Brutorendement p/j | 4% rente bespaard | 3% | 5% | 7% |
| Nettorendement na aftrek / box 3 | 2,5% (gegarandeerd) | 0,8% | 2,8% | 4,8% |
| Extra vermogen na 10 jaar | ca. €16.900 | ca. €5.200 | ca. €19.400 | ca. €36.300 |
| Zekerheid | Volledig | Geen | Geen | Geen |
| Box 3-belasting | Nee (valt in box 1) | Ja | Ja | Ja |
Illustratief voorbeeld, samengesteld rendement, box 3-heffing van 2,16% verwerkt in het nettorendement. Aflossen is berekend als samengestelde netto rentebesparing. Werkelijke uitkomsten wijken af door je inkomen, aftrektarief, overig vermogen en de markt. Geen rendementsgarantie.
Wat vooral opvalt: bij een voorzichtig beleggingsprofiel (veel obligaties, ~3% bruto) verlies je het ruim van aflossen. Pas rond de 5% brutorendement kom je in de buurt, en pas daarboven wint beleggen echt, maar dan koop je dat verschil met risico en zonder zekerheid. Dat brengt ons bij onze vuistregel.
De Bouvy-vuistregel
Beleggen verslaat aflossen pas als je brutorendement hoger is dan je hypotheekrente plus de box 3-heffing van 2,16%. Bij 4% rente en volledig belast vermogen ligt die lat op ongeveer 4,7% bruto per jaar, haalbaar met aandelen op de lange termijn, maar niet zeker. Staat je rente boven de 4,5% vast, dan is aflossen bijna altijd de betere en rustigere keuze. Zit je onder de 2,5%, dan is beleggen vaak logischer.
Beslisboom: wat past bij jou?
Cijfers zijn de helft van het verhaal. De andere helft is jouw situatie en je gevoel bij risico. Loop deze vier vragen langs:
- 1. Hoe hoog is je hypotheekrente? Boven 4,5% vast → aflossen levert bijna altijd het meeste zekere voordeel op. Onder 2,5% vast → die goedkope schuld hoef je niet weg te halen; beleggen krijgt de ruimte.
- 2. Heb je een buffer? Geen appeltje voor de dorst van drie tot zes maanden lasten? Vul die eerst. Aflossen noch beleggen mag ten koste gaan van je noodbuffer, want afgelost geld krijg je niet zomaar terug.
- 3. Wat is je horizon? Heb je het geld binnen vijf jaar nodig (verbouwing, studie, auto)? Dan is beleggen te risicovol; houd het liquide of los af. Pas bij tien jaar of langer heeft beleggen de tijd om slechte jaren goed te maken.
- 4. Slaap je slechter van schuld of van koersschommelingen? Word je onrustig van een dalende beurs → aflossen geeft rust en dat is geld waard. Kun je een tijdelijke min laten zitten → beleggen past bij je.
Kom je er niet uit, dan is een combinatie vaak het verstandigst: los een deel af voor lagere lasten en rust, en beleg een deel voor groei. Zo spreid je zowel je risico als je spijt.
Let op de boetevrije aflosruimte
Voor je alles in één keer aflost: check je voorwaarden. Bij de meeste geldverstrekkers mag je per kalenderjaar 10% van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij extra aflossen. Sommige zijn ruimer, Venn Hypotheken en Centraal Beheer noemen 15%, bepaalde regelingen bij Nationale-Nederlanden en Centraal Beheer 20% (bron: acceptatiegidsen 2026). En een belangrijke nuance: een aantal verstrekkers (zoals Tulp, Bunq en Groene Hart) laat aflossen uit eigen middelen, en een erfenis is eigen geld, zelfs onbeperkt boetevrij toe.
Belangrijker nog: geldverstrekkers rekenen alleen een boete als de actuele marktrente lager is dan jouw contractrente. Ligt de marktrente hoger, dan betaal je sowieso niets, ook boven de 10%. Wil je in één keer je hele erfenis inleggen en zit je met een lage vaste rente, vraag dan eerst een aflosnota op. Dit verschilt echt per verstrekker en per situatie; wij zoeken het voor je uit.
Veelgestelde vragen
Is aflossen of beleggen slimmer?
Dat hangt af van je hypotheekrente, je risicobereidheid en je box 3-vermogen. Aflossen geeft een zeker, belastingvrij rendement ter hoogte van je netto hypotheekrente. Beleggen kan meer opleveren, maar pas als je brutorendement structureel boven je rente plus de box 3-heffing uitkomt, bij 4% rente is dat ongeveer 4,7% bruto per jaar. Voor de meeste mensen met een gemiddelde rente is een combinatie het verstandigst.
Hoeveel bespaar ik met aflossen?
Reken met je netto hypotheekrente, niet de bruto rente. Bij 4% rente en 37% aftrek bespaar je netto ongeveer 2,5% per jaar, op €60.000 is dat zo’n €1.500 per jaar, gegarandeerd en risicovrij. Over tien jaar loopt dat samengesteld op tot ongeveer €16.900 aan vermogensopbouw.
Wat kost boetevrij aflossen?
Meestal niets. Bij de meeste verstrekkers mag je jaarlijks 10% van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen, bij sommige 15% of 20%, en uit eigen middelen (zoals een erfenis) vaak onbeperkt. Bovendien rekenen geldverstrekkers alleen een boete als de marktrente lager is dan jouw contractrente. Check altijd je eigen voorwaarden of vraag een aflosnota op.
Telt afgelost geld mee in box 3?
Nee. Zodra je aflost, verdwijnt het geld uit box 3 en zit het in je woning, die in box 1 valt. Je betaalt er dus geen vermogensbelasting meer over. Belegd of gespaard geld boven de vrijstelling van €59.357 per persoon valt in 2026 wél in box 3 en wordt belast met effectief 2,16% per jaar.
Kan ik altijd extra aflossen?
In principe wel, maar binnen de boetevrije ruimte van je verstrekker om een vergoeding te voorkomen. Aflossen uit eigen middelen is bij veel verstrekkers ruim of onbeperkt mogelijk. Aflossen met een nieuwe lening is meestal beperkt tot 10% per jaar. Bij twijfel: eerst je voorwaarden checken.
Wat als mijn hypotheekrente laag vaststaat?
Dan is aflossen minder aantrekkelijk. Bij een lage vaste rente (bijvoorbeeld 2% voor nog acht jaar) is de zekere besparing klein, terwijl beleggen op die horizon meer kans op groei geeft. Die goedkope schuld hoef je niet met voorrang weg te werken. Overweeg je te oversluiten of je hypotheek te verhogen, dan verandert het plaatje weer.
Even samen doorrekenen?
We maken je financiële plaatje inzichtelijk en rekenen aflossen, beleggen en de combinatie precies door met jouw rente, inkomen en vermogen. Vrijblijvend.
Plan een gratis gesprekLaatst bijgewerkt: juli 2026. Fiscale cijfers (box 3 2026) geverifieerd bij de Belastingdienst; boetevrije aflosruimte op basis van de acceptatiegidsen van geldverstrekkers (2026). Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.